“”

"Duurzaamheid is een houdingsvraag"

  • 18 februari 2011

De gerenommeerde architect Thomas Rau is verantwoordelijk voor de verbouwing van Hotel Zonheuvel. Rau staat internationaal bekend vanwege zijn innoverende werk op het gebied van duurzaamheid. Zijn visie is helder: al het menselijk handelen heeft impact op ecologisch, economisch en sociaal-maatschappelijk niveau. Daarom heeft Rau zich tot doel gesteld om gezonde gebouwen te ontwikkelen die energie produceren en waarin de mens en zijn belevingswereld centraal staan. Gebouwen die bijdragen aan een bewuste visie op onze planeet. Rau noemt dit oneplanetarchitecture.

“Het gaat niet om duurzaamheid. Het gaat om levensvatbaarheid”

Volgens Rau gaat het al lang niet meer om duurzaamheid. “Die tijd is voorbij. Het gaat om levensvatbaarheid. Duurzaamheid is slechts een houdingsvraag ten opzichte van alles dat het bestaan mogelijk maakt, maar wat de mens zelf niet kan scheppen, zoals bomen en water. Natuur. Te vaak zien we dat duurzaamheid ingezet wordt als marketingkreet door bedrijven die zich een goed imago willen aanmeten. Maar duurzaamheid is een houding die voortkomt uit het voortdurend besef dat al het menselijk handelen effect heeft op het grotere geheel: economisch, ecologisch en sociaal maatschappelijk”, zo legt hij uit.

Zoeken naar andere oplossingen

In het kader van duurzaamheid wordt ook vaak gesproken over het energieprobleem. Van een energieprobleem is echter volgens Rau geen sprake. “Er is sprake van een vraag naar energie. De mens lost deze vraag op met grondstoffen die eindig zijn, zoals gas en olie. Logisch, want daarmee is geld te verdienen. Maar daarmee hebben we geen energieprobleem, maar een grondstoffenprobleem. Want duurzame energie afkomstig van zon, water en wind is oneindig. De mens moet dus zoeken naar andere antwoorden op zijn vragen.”

Gebouw als grondstofbank

Rau meent dat in onze maatschappij te veel aan nieuwbouw wordt gedaan. “Meer dan 14% van alle kantoorgebouwen staan leeg. In plaats van deze te slopen, is het duurzamer om bestaande gebouwen te ‘retrofitten’. Deze aan te passen aan de gebruikerswensen van dit moment. Ik zie een gebouw als een grondstofbank. Hier liggen grondstoffen opgeslagen die we – wanneer we het pand in de toekomst willen slopen – weer opnieuw kunnen toepassen. Hoe vaker we de grondstoffen kunnen heractiveren, hoe economischer we het gebouw benutten. De materialen die we niet kunnen hergebruiken, moeten zoveel mogelijk biologisch afbreekbaar zijn om omgevingsschade te beperken.”


ga terug

Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

Om deze website goed te laten functioneren maken we gebruik van cookies. Bekijk ons cookiebeleid. Instellingen Direct Accepteren